user_mobilelogo

Leidsch Dagblad ‘Altijd maar dat onkruid’

‘Altijd maar dat onkruid’

Op het land gaat het werk altijd door. In de serie ‘Van het land’ elke dinsdag een kijkje achter de schermen van een agrarisch bedrijf in de streek. Voor aflevering 22 gaan we langs bij de siergrassenkwekerij van Arie van Rijn in Noordwijk.

Achter op het erf aan Zwarteweg 18 gaat de siergrassenkwekerij van Van Rijn schuil. Heel in de verte torent Huis ter Duin boven de duinen uit. Arie komt aanlopen met op zijn arm een bos groene halmen. ,,Mooi voor in een boeket’’, verklaart hij. Dat is dan ook de bestemming van een groot deel van zijn grassen. Ze worden verkocht als plant in pot of gaan als gesneden bossen naar groothandels, hoveniers en particulieren.

,,Je zou echt eens moeten komen kijken’’, reageerde Van Rijn eerder enthousiast aan de telefoon. ,,Het is best bijzonder wat we hier hebben.’’ De twintigduizend vierkante meter land vol siergrassen is volgens de kweker eigenlijk een ‘grof uit de hand gelopen hobby’. De grassen zijn uitgegroeid tot hoofdproduct van de kwekerij. Daarnaast kweekt Van Rijn een klein assortiment vaste planten en de sierlijke agapanthus.

Tot vorig jaar werkte Van Rijn fulltime als gevangenisbewaker in Scheveningen. ,,Ik hield me daarnaast wel altijd al bezig met de bloemenhandel. Ik ben ook opgegroeid op het land. Mijn vader had een kwekerij en ik heb de LTS gedaan. Maar het was net in de tijd van de tweede oliecrisis toen ik klaar was. Voor mezelf beginnen, zag ik niet echt zitten.’’ 

Omdat zijn hart wel in de kwekerij lag, werd het een combinatie van hobby en werk. Eind jaren tachtig las Van Rijn in een magazine over bloemen voor het eerst over siergrassen. ,,Ik bezocht een tuin in Heemstede en was verkocht’’, vertelt hij. ,,Ik zag er wel een markt in. Siergrassen lenen zich namelijk uitstekend voor in boeketten en tuinen. Waarom je het dan toch zo weinig ziet? Onbekend maakt onbemind, denk ik. Maar ik ben eigenwijs.’’

Als we tussen de wuivende velden door lopen, probeert Van Rijn uit te leggen wat hem op het eerste oog zo aantrok in het gewas nu ruim twintig jaar geleden. ,,Praktisch gezien is het een gemakkelijk product; er komen nagenoeg geen ziektes in grassen.’’ Het meeste werk op de siergrassenkwekerij zit in het onderhoud. ,,Wieden, wieden, wieden. Altijd maar dat onkruid.’’ In november breekt een rustige tijd aan voor de familie Van Rijn. ,,Vervolgens gebruiken we de winter om te stekken. Eigenlijk verdeel je de plant dan letterlijk in allemaal stukjes die weer wortels aanmaken en uitgroeien tot nieuwe plant.’’ Hij wijst naar een plant van zo’n anderhalve meter hoog. ,,Ik kan hier bijvoorbeeld wel twintig nieuwe planten uit halen. We kijken daarbij naar welke soorten het mooi doen qua kleur en qua periode waarin ze bloeien. Deze bloeit vroeg en daar is veel vraag naar.’’

Daarnaast vindt de bloemist in Van Rijn grassen ‘simpelweg een prachtig product’. ,,Het wordt toch bijna artistiek?’’ Op het veld valt op hoeveel kleurvariatie er in de tientallen verschillende soorten zit. ,,Siergrassen zijn de afgelopen jaren erg populair geworden voor in de tuin. De pumila met die pluizige, witte pluimen herkent iedereen wel.’’ Aan de Zwarteweg blijken er tientallen grassen te bestaan met pluimen variërend van geel tot felgroen en bijna zwart zo donker. Van Rijn lacht: ,,Het valt me op dat alleen vrouwen hun handen altijd door die halmen halen. Dat zie je een man nooit doen. Ik denk dat die pluimen iets aaibaars hebben, ofzo.’’

Nadine Mussert